De duinen torenen er boven uit

Ook de duinen torenen er al bovenuit Wanneer je vanuit Zoutelande zuidwaarts over het duinpad langs de Walcherse kust wandelt, zie je Hotel Tien Torens bijna over het hoofd. Het ligt verzonken in de diepte. Je nadert op dakhoogte. Zo kun je bijna op de kleine, zonnige balkons stappen die grenzen aan de kamers op de bovenste verdieping.



door
 Jacoline Vlaander
N
og schurkt het driester­renhotel hotel haaks te­gen de duinen aan. Schijn­baar onverstoorbaar weg­gedoken trotseert het sinds decennia allerlei weersomstandigheden en trends. Inmiddels zijn wel de buitenmu­ren witgepleisterd en de houten balkon­hekjes vervangen door stalen exemplaren, maar de zitjes baden in de zon en met het steile dak van het gebouw als rugdekking zit je er genoeglijk uit de wind. Het is er nu ongetwijfeld, zeker in het verstilde voorseizoen, goed toeven.

Het heeft een conversatieruimte, een be­schut terras, en kamers met douche en toi­let die allemaal zijn voorzien van telefoon plus kabeltelevisie. De gastenwaardering is ruim voldoende; de situering wordt ge­roemd; de rust; het goede eten; de gast­vrijheid en vriendelijkheid. Maar het lijkt ook wat klein en verouderd; een enkeling omschrijft de sfeer alsof binnen de tijd heeft stilgestaan.

Dat hoeft natuurlijk niet te verontrusten. Ook buiten blijft de zee op deze mooie
 voorjaarsdagen, net als alle voorgaande ja­ren, met een haast oceanisch lome golf­slag de brede baai aanrimpelen. Onophou­delijk hoor je het ruisen, en je hoeft al­leen maar even omlaag naar het strand; nauwelijks vijftig meter slenteren en je bent er.

Het wandelpad door de duinen en over de boulevard, ter hoogte van de bovenste verdieping, is vorig jaar vernieuwd. Verse rietkragen proberen het zand verstuiven onnadrukkelijk te keren. Tussen robuuste houten palen spant hard glimmend prik­keldraad.

Vroeger kon je hier vandaan tien kerkto­rens zien. Hoe drassig lijkt het landschap toen. En het oogde vrijwel leeg. Ook nu is het uitzicht over Walcheren nog weids, maar in vergelijking met de oude ansicht­kaart is de verstedelijking in de omringen­de gebieden toegenomen.

Vanuit het hotel slentert een jong stel voorbij. Ze dalen af naar het brede, lege strand. Zij, in rode laarsjes en een rood, open waaiend windjack, gaat beneden fo­to’s nemen met een grote telelens. Ze tast de kustlijn af, de schepen, boeien en de
 horizon. Hij staat ernaast en tuurt een tijdje dromerig over het water. „Nu jij”, roept zij dan. „Een beetje daar, met die pa­len als achtergrond.” Hij doet zijn bril af, wrijft met zijn zakdoek over de glazen, zet zijn bril weer op en lacht, leunend te­gen het groene wier dat zich om de palis­saden krult. „Zonder bril”, zegt zij, duide­lijk articulerend, en dirigeert hem met fel­le handwegingen nog wat naar achteren. „Nat, zeg”, zegt hij en wijkt van de groe­ne slierten terug. „Ja, je hand zo houden!” roept zij. Ze glijdt uit haar jas en laat die naast zich neerploffen, waar een zwoele lentebries het dons nog even vastpakt voor het zich met een opbollende rug kan neervlijen in het zand.

Volgens de website van het hotel is het nog tot het einde van het jaar geopend. Een andere website kondigt op deze loca­tie een in de natuurlijke omgeving pas­send nieuwbouwproject aan. Over het pad kuieren drie generaties van eenzelfde familie, bedachtzaam likkend aan toren­hoge
 ijsjes. Alsof het zich al voorzichtig inzet, de smaak van de laatste zomer.





 Hotel Tien Torens is volgens de website van het hotel nog tot aan het eind van het jaar open. foto Lex de Meester