Een leven lang thuis komen in Zoutelande

Een leven lang 'thuis' komen in Zoutelande


Het geheim van Zoutelande?

'Het allermooiste zuid-west­strand, prachtig licht, de scheep­vaart en de gemoedelijke sfeer' vat Jan Jonkers samen. En hij kan het weten. De krasse 85-jarige komt al tachtig jaar naar het kustdorp. De ultieme toerist.

door Annemarie Zevenbergen
N
ippend aan een glaasje champagne laat Jan Jon­kers (85) zich de aan­dacht van bobo's en me­dia welgevallen. Hij moet even slik­ken als hij woensdagochtend wordt overvallen in de serre van het Streefkerkse Huis, hooggele­gen in de Zoutelandse duinen.
Maar nuchter als hij is, herstelt hij zich rap van zijn aanvankelijke ver­bijstering en staat een ieder uitge­breid te woord. Tachtig jaar vakantie vieren in Zou­telande is voorwaar een prestatie jubelen commissaris van de konin­gin Carla Peijs, Veers wethouder re­creatie en toerisme René Molenaar en VVV-directeur Carla Schön­knecht om beurten tijdens de fees­telijke bijeenkomst in het Streef­kerkse Huis. Sinds 1984 de vaste stek van Elisabeth en Jan Jonkers.
„We hebben altijd dezelfde ka­mers en de serre is onze vaste puz­zelplaats", vertelt Jan. Met en zon­der familie is het Huis een vast on­derdeel van het leven van het Leus­dense echtpaar geworden. Maar het Zoutelandse verleden van Jan begon niet daar. De geboren Goe­senaar kwam op 3- jarige leeftijd al met zijn vader, tweede moeder en halfbroers en zussen naar het kust­dorp. „ Mijn vader huurde toen huis Ten Duyn van oktober tot april. In de weekeinden gingen we daarheen. Met de auto. Maar op een gegeven moment wilden wij als kinderen ook in de zomerva­kantie naar Zoutelande. Vanaf 1937 tot de oorlog was het destijds leeg­staande Streefkerkse huis ons va­kantieadres. Dat was toen nog geen hotel. In de oorlog zijn we niet naar Zoutelande geweest. Dat mocht ook niet."
Hij herinnert zich uit zijn vroege jeugd de twee dorpsbakkers, Bim­mel en Van Hoorn: „Die stonden uit te kijken naar onze auto, want wie het eerst kwam, kreeg de klan­dizie. Spelen op het strand was het natuurlijk helemaal. Toen kon je ook nog echt de duinen in. Bra­men plukken." Jan ging naar de HBS en naar Nijenrode. De Holland Amerika Lijn werd vervolgens zijn werkge­ver. In die jaren ontmoette hij zijn Elisabeth en ook zij 'viel' voor Zou­telande: „Ik heb heel veel lol in zwemmen. Dat doe ik nog steeds", zegt ze kordaat. „Nee, niet poot­jebaden, het liefst met de hoogste branding en een sterke westen­wind."
Zelfs toen Parijs de woonplaats werd van het gezin Jonkers, bleef Zoutelande hét vakantieadres. De wereldreis die het echtpaar in 1996 maakte, bracht daar ook geen ver­andering in. „ De stranden op de Cook Islands zijn heel mooi, maar die van Zoutelande mooier. Je hebt hier dat prachtige westerlicht. Het licht van de schilders Toorop en Nibbrig. En de scheepvaart die zo dicht langs vaart", roemt Jan.
Hij zag heel wat veranderingen.
Nu is de zondag een soort feest­markt op straat, maar vroeger was het dan doodstil. Er was niets te doen, niemand bewoog. Wij gaan nu altijd in september. Dan is de grote drukte voorbij, de sfeer is wat gemoedelijker. Het is nog steeds thuiskomen hier. We weten dat het goed is, vertrouwd. Er zijn nooit onaangename verrassingen". Dat tekent ook het leven van Jan.
„Ik hou niet van al die moderne hypes. Ik heb ook geen computer.
Ik mis het niet. Dat twitteren en zo. Ik heb daar niets mee. Dat is zo oppervlakkig. Al mijn correspon­dentie is handgeschreven."
„We vinden Veere en Domburg ook mooi hoor. Maar ja, Domburg ligt op het noorden. Dat haalt het niet bij Zoutelande."

Een nostalgisch familiekiekje: In het midden Jan Jonkers met rechts zijn va­der Herman en links broer Fokke.

Jan Jonkers roemt het uitzicht vanaf het Streefkerkse Huis: „Je kunt over heel Walcheren kijken."
Foto Ruben Oreel